De grote bruggen
De veerboot steekt de Langeland Belt over en legt aan op het eiland Lolland in een haven van niks. Het wordt nu toch echt tijd dat we een kaart te pakken krijgen. We volgen de bordjes richting Nakskov, de dichtstbijzijnde wat grotere plaats. Hier lukt het ons uiteindelijk om een redelijk goede fietskaart te sjoppen. Na enig zoeken vinden we ook een supermarkt.
Op de kaart staan touristische fietsroutes ingetekend. We kiezen er één die richting de noordkust van het eiland gaat, en dan via een havenplaatsje naar Maribo toegaat. Vlak buiten deze kust liggen kleine eilanden, waarvan we er enkele die zomer ook per botter zullen bezoeken.
De route is erg groen. Vaak rijden we door bossen die verzadigd zijn van de frisgroene kleur van beukebladeren. Aan het begin van de avond arriveren we in Maribo, een leuk maar niet al te fleppend stadje aan een groot meer. Als we de weg naar de camping volgen, komen we langs de lokale brouwerij. Het ruikt behoorlijk sterk naar mout, iets wat ons er aan doet herinneren dat we wel een biertje verdiend hebben. Op de camping kunnen we gelukkig een paar echte Maribo-biertjes kopen, ze blijken de moeite waard. Maribo-bier is echt een aanrader.
We hebben wat moeite met wegkomen de volgende ochtend. Het kost veel moeite te besluiten waar in het stadje we koffie drinken en welke bakker ons brood mag verkopen voor deze dag. Eenmaal weg uit Maribo, krijgen we vrij snel weer trek in koffie. Het eerste dorp dat we tegenkomen, Sakskøbing, vinden we nog een beetje te vroeg om al weer stil te houden. We moeten toch wel minstens twee uur onderweg zijn om koffie verdiend te hebben, vinden we. Hetgeen natuurlijk de goden verzoeken is, alle volgende dorpen kennen geen horeca, horeca die al jaren over de kop is of horeca die helaas vandaag niet open is. We passeren de Guldborgsund, het fjord dat de eilanden Lolland en Falster scheidt. Ook hier is niks te vinden. We beginnen het vermoeden te krijgen dat we geen koffie gaan vinden voordat we naar Sjælland zijn overgestoken.
Tussen Falster en Sjælland ligt een enorme brug. Er gaan een fietspad, een autoweg en een spoorlijn overheen. Aan het begin ligt Orehoved, een klein dorpje, aan de andere kant ligt Vordingborg, een grote stad. We nemen niet de moeite om in Orehoved koffie te zoeken, maar gaan direct de brug op.
Het uitzicht is indrukwekkend. We rijden hoog boven het blauwe water, hebben tientallen mijlen ver uitzicht over de zee, en over de groene zuidkust van Sjælland. Vordingborg ziet er uitnodigend uit, met een middeleeuwse ruïne aan het havenfront.
Eindelijk koffie, denken we als we op het eerste het beste terrasje neerstrijken. De bediening duurt alleen wat lang, dus Aalke Lida gaat binnen bestellen. Ze komt terug met het verhaal dat er mensen achter de bar staan die het eigenlijk te druk hebben met zuipen om klanten te woord te staan. We wachten nog tien minuten, en vertrekken. Het volgende café heeft geen thee en ook geen fatsoenlijke koffie, dus we gaan verder. Daar wordt het niet beter van, het centrum blijkt vooral uit armoedige winkelstraten te bestaan, in het voetgangersgebied wordt je bijkans van de sokken gereden door auto's. Vordingborg valt een beetje tegen. We komen bij het station, en besluiten dan maar bij de stationsrestauratie wat te drinken en dan zo snel mogelijk verder te gaan.
Er is geen stationsrestauratie.
We zijn het zat. Gauw naar de suup en dan verder. Die koffie komt vanavond wel op de camping.
Ook dat valt tegen. Zelfs na vragen aan diverse mensen vinden we geen supermarkt. Inmiddels behoorlijk chagerijnig verlaten we Vordingborg. Hier komen we niet meer terug. We passeren de jachthaven, en zien daar een café-restaurant dat er voor Vordingborgse begrippen opvallend verzorgd uitziet. Alsof het dit decennium nog geverfd is. We besluiten het nog één keer te proberen. En waarempel, het personeel is aardig, nuchter en verzorgd zelfs, serveert uitstekende espresso in een mooi interieur en prettige ambience. Al het goede van Vordingborg blijkt geconcentreerd in dit kleine restaurantje aan de jachthaven. We genieten ervan.
Vanaf de jachthaven loopt een fietspad langs de kust naar het oosten. Het is dermate vlak dat ik het sterke vermoeden heb dat het een oude spoorlijn is. Het is ook prettig beschut door bos (we hebben nog steeds wind tegen). Bij het volgende dorpje loopt het pad door een uitgegraven sleuf. Omdat we nog steeds avondeten nodig hebben, verlaten we tijdelijk het pad en gaan het dorpje in. Hoewel het een dorpje van niks is, is er een Dagli Brugsen, zodat we ons om boodschappen geen zorgen meer hoeven te maken. Daarna is het helaas snel over met de beschutting, dan zitten we op een slingerende asfaltweg, die gelukkig rustig is, en door een mooi landschap voert. Ik begin alleen wel aardig gek te worden van de wind die om mijn oren giert. Windgeruis is leuk op de Jester, tijdens een wedstrijd, maar nu ben ik op vakantie.
Het is een heerlijke lenteavond. Ondanks de tegenwind vorderen we goed. Nu we eenmaal hier zijn, moeten we ook door naar Møn, het volgende eiland. Eerder is er geen campeergelegenheid. Tussen Sjælland en Møn is ook weer een indrukwekkende brug gebouwd, minder groot maar fraaier van ontwerp. Grappig detail is dat de rotonde die naar de brug leidt, versierd is met vier kardinalen, voor elke windstreek één.
We laten ons van de brug afrollen. Stege gaat ons einddoel voor deze dag zijn. We komen een grote groep vrouwen op fietsen tegen, duidelijk bezig met een georganiseerde groepsvakantie. Vlak voordat we Stege binnenrijden zien we twee witte beesten midden over de weg lopen, het is mij niet helemaal duidelijk wat er loos is. Ik minder vaart. De beesten komen op ons af, het blijken twee losgebroken honden. De takjes van een heg zitten in hun vacht. Ze weten niet zo goed wat ze met hun vrijheid aanmoeten, kennelijk zijn ze niet op de hoogte van de gevaren van een autoweg. Ik geef de beesten een aai en dan rijden we verder. Het zal wel goed komen.
Stege ziet er onbetekenend uit op de kaart, maar het blijkt een prachtig havenstadje met zowaar enige gezelligheid. Het is gebouwd aan twee kanten van het smalste punt van een fjord. Een goede plek om 'savonds nog even een café op te zoeken. Na enige rondjes vinden we de camping. Het gaat kermis worden dit weekend, de camping is grotendeels gevuld met kermisvolk dat het druk heeft met opbouwen. Wij lijken de enige gewone touristen. Voor zover je als ligfietser een gewone tourist kunt zijn.
Na het eten lopen we Stege in. Het is stil. We spotten de bakker en de supermarkt, bekijken de oude gebouwen, Op een hoekje vinden we een cafeetje waar gezellige muziek uit klinkt. Een deel van de aanwezigen is volslagen kachel, maar de sfeer is goed en we genieten van een paar lekkere biertjes. We zijn bijna bij het tweede grote doel van onze reis. Morgen zullen we het bereiken.